Fanfare Sint Paulus

Maria-Hoop

Geschiedenis

Opgericht in 1939

In 1939 is de fanfare opgericht, pater Eletherius van het naburige klooster van Passionisten was de eerste voorzitter. Een bedreiging voor de ontwikkeling van de fanfare was de bezetting van Nederland in de tweede wereldoorlog. Elk orkest moest beschikken over een goedgekeurd repertoire om in het openbaar op te mogen treden. Het moest lid zijn van de Kultuurkamer en moest een zogenaamde 'stijlvergunning' hebben. Hiermee werd het bijvoorbeeld onmogelijk Amerikaanse muziek uit te voeren. Dat was teveel voor de fanfare zodat zij haar werkzaamheden staakte.

Direct na de oorlog werd de fanfare heropgericht. Met een bestuurlijk komen en gaan, en een eigen opleiding van muzikanten behaalde de vereniging in 1949 de tweede prijs in de vierde afdeling onder dirigent Wolters.Uit deze woelige tijd stammen weinig foto’s en herinneringen. Het is gissen hoe het er aan toe ging. Nog het best geeft de film “de Fanfare” van Bert Haanstra uit 1958 hoe dit moest zijn gegaan. Hoewel de film gedraaid is op een andere plek, de elementen zijn hetzelfde, een klein dorp, hard werken, de betekenis van de kerk, de kermis, vrienden en vooral weinig geld.

Zelfs heeft de fanfare een eigen drumkorps gehad, de exacte jaartallen zijn niet bekend, maar bij benadering van 1963 tot 1979. Voor het grootste deel bestond de bezetting uit dames onder leiding van Lei Valkenburg.

oude foto fanfare

De periode onder het voorzitterschap van Harrie Peters is opmerkelijk. Nieuwe instrumenten en het invoeren van externe opleiding door Kreato zijn bouwstenen die er mede voor hebben gezorgd dat de fanfare in 1988 onder dirigent Wil van Melick steeg naar een eerste plaats in de afdeling uitmuntend.

Niet te vergeten zijn de Nachsrave. Opgericht in 1961 met als eerste doel het begeleiden van de carnavalsvereniging. Later ging de interesse uit naar Egeländer naar Böhmische en Moravische muziek. Nog steeds is het grootste deel van de fanfare ook lid van de Nachsrave.
De fanfare is een bloeiende vereniging. De carnaval wist zij te behouden met een Bonte Avond en de Boerenbruiloft, inmiddels vaste nummers op de jaaragenda. Iedere vrijdag repeteert de fanfare, een centrum om elkaar te zien voor spelende en niet spelende leden.

De fanfare staat midden in het dorp, luistert feestelijke gelegenheden op en wil ook van het dorp zijn.